Zoeken

Filters

1292 resultaten gevonden

Leer jij jouw leerlingen hun talenten kennen?… en levert dat ook wat op?

Onderdeel van lectorale redes J.J.Bakker & J.Kaldeway, bij installatie Lectoraat ‘Talenten en Opbrengsten’

Publicatie

Denken over wat je zegt

Over taalgebruik wordt weinig nagedacht. Wat is taal eigenlijk? Waarom gaf God ons de taal? Ook God heeft een Naam: wij mogen Hem bij de Naam noemen. Goede taal houdt rekening met God.

Publicatie

De relationeel-ethische bril maakt het verschil : Een herwaardering van de contextuele therapie

In het nieuwe Handboek Systeemtherapie (Savenije, van Lawick & Reijmers (red.), 2008) komen de naam van Ivan Boszormenyi–Nagy en begrippen als ‘intergenerationeel’ en ‘loyaliteit’ op diverse plaatsen voor, maar is de contextuele therapie als afzonderlijke stroming weggevallen. Er is in het Handboek (hoofdstuk 17 en 21) voornamelijk geput uit het eerste contextuele werk van Nagy, ‘Invisible Loyalties’ (Boszormenyi-Nagy & Spark, 1973). De nadruk ligt op de beschrijving van het fenomeen en de betekenis van de loyaliteit tussen ouders en kinderen. Zijn recentere boek ‘Between Give and Take’ (1986) wordt alleen aangehaald in hoofdstuk 15 over het gezinsontwikkelingsperspectief (Govaerts & Splingaer, 2008). De theorie van Nagy wordt daarin (te) beperkt weergegeven. Nergens in het Handboek Systeemtherapie is een verhandeling te vinden over de relationele ethiek, die gezien kan worden als de kern van de contextuele therapie. Dat beschouw ik als een verlies voor de systeemtherapie. Waardevolle therapeutische interventies ontwikkeld vanuit de contextuele therapie raken in de vergetelheid. De nadruk op herstel van betrouwbaarheid in relaties – waar de contextuele therapie zich op richt - verdient mijns inziens een expliciete plaats in het Handboek. De loyaliteitstheorie van Nagy is niet los verkrijgbaar, maar kan slechts verstaan worden vanuit het geheel van het gedachtegoed. Loyaliteit is in contextueel opzicht uiteindelijk meer een relationeel-ethisch dan een psychologisch en interactioneel fenomeen.

Publicatie

Wetenschap en vakmanschap en de toekomst van de onderwijs/leerwetenschappen

Wetenschap dankt haar bestaansrecht vooreen belangrijk deel aan de knowhow die zijontwikkelt om praktische problemen op telossen. In deze discussiebijdrage wordenargumenten aangedragen om wetenschap opvakmanschap voort te bouwen: a) vakmanschapversterkt het waarnemingsvermogenvan de onderzoeker, wat onmisbaar is voor deontwikkeling van de wetenschap, b) het toepassenvan theorie maakt het mogelijk omanomalieën te ontdekken wat een bron vanwetenschappelijke verrijking kan zijn, c) verbindingmet vakmanschap maakt het mogelijkdat wetenschap (kritisch) voortbouwt op bestaandesociaal-culturele praktijken. De analyseleidt tot de conclusie dat onderzoekin een dualistische structuur waarin wetenschapgescheiden is van vakmanschap niettot knowhow leidt, maar tot knowledge that.Vanuit deze stelling wordt gereageerd op hetonlangs verschenen rapport van het ministerievan OC&W “Wetenschap en Vakmanschap(Coonen & Nijssen, 2012).”Bulterman

Publicatie

Beginnende verpleegkundige onder de loep!

Binnen de Hogeschool Ede is een verkennend onderzoek onder beginnende en ervaren verpleegkundigen verricht. De onderzoeksvraag is als volgt: ‘Welke persoonlijke factoren van beginnende verpleegkundigen beïnvloeden positief of negatief het professioneel handelen?’ Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het psychiatrisch werkveld.

Publicatie

Diepte- en oppervlakteleren

In dit artikel wordt de diepte-/oppervlaktebenadering in het leerstijlonderzoek positief-kritisch besproken. Daarnaast wordt een pleidooi gehouden voor een ander accent als het gaat om leerstijlen. Een bepaalde leerstijl kan in de ene opleiding of voor het ene vak voldoen, maar tekortschieten in een andere opleiding of bij een ander vak.

Publicatie

Der Schrei der Erleuchtung ist Stumm : Over stilte in het gesprek.

Supervisie geven is vragen stellen. Dat is de opvatting die een leersupervisor bij vrijwel alle beginnende supervisoren tegenkomt. Daarbij gaat het niet gewoon om vragen, maar om vragen die de supervisant tot reflectie aanzetten. Iets preciezer geformuleerd: supervisie geven is het stellen van reflectiebevorderende vragen. Er is een scala aan supervisorische vragen te benoemen, zoals: ‘Wat maakt nu dat je je zo voelt?’, of: ‘Wat heb je nodig om dat te bereiken?’ Wij hebben echter de indruk dat er in supervisiegesprekken te vaak en te veel gevraagd wordt. Het stellen van vragen, zelfs het stellen van zogenaamde reflectievragen, kan het proces van reflectie namelijk ook verstoren. Reflectie is primair een intrapsychisch gebeuren, waarbij de supervisant door geconcentreerd te luisteren naar eigen ervaringen en overwegingen tot een nieuw perspectief komt en vanuit dat nieuwe perspectief tot nieuw handelen. Reflectie is een bewuste ontvankelijkheid voor invallen vanuit onbewuste processen. Het onbewuste denken weet immers meer en beter en staat dichter bij het zelf dan het bewuste, logische denken. De activiteit van de supervisor (en van eventuele medesupervisanten) is erop gericht dat proces van reflectie te bevorderen. Daarvoor zijn woorden nodig maar zeker ook stilte, die naast de woorden haar eigen betekenis overdraagt. Een goede supervisor is niet gewoon iemand die de juiste vraag op het juiste moment weet te stellen, maar vooral iemand die de stilte kan hanteren en het stellen van vragen tot het juiste moment weet te beperken.

Publicatie

Corporate spirituality as organizational praxis

A methodology for doing research into corporate spirituality should enable us to deal with the religious component of spirituality instead of trying to separate spirituality from religious beliefs, as the positivist school proposes. Waaijman’s phenomenological-dialogical research cycle enables us to deal with religious diversity in a scientific way. Sölle’s concept of democratized spirituality allows for discovering everyday (corporate) life as a finding place and workplace for spirituality. Replacing theistic terms by the concept of ‘alterity’ in a definition of spirituality may stimulate corporate spirituality without excluding or disqualifying spiritual diversity. Arendt’s concept of ‘action’ is closely connected to democratised spirituality. From that we can deduce a number of characteristics of corporate spirituality that give flesh and bone to what corporate spirituality can be. This allows us to see that many elements of corporate spirituality are already present in our organizational praxis. It also tells us that we need to become more aware of them and practice them. In doing so we set out on a ‘via transformativa’ that eventually may transform our organizations.

Publicatie