Filters
602 resultaten gevonden
Het Gezamenlijke Gesprek
Bij een gezamenlijk gesprek gaan een thuiszorgverpleegkundige en een sociaal werker samen met de oudere inwoner in gesprek. In dit gesprek staan de toekomst en wat voor de inwoner belangrijk is centraal. De CHE onderzocht de ervaring met en de impact van dit gezamenlijke gesprek.Door hun verschillende expertises te bundelen, ondersteunen de sociaal werker en de verpleegkundige de inwoner bij het nadenken over de toekomst en over hoe hij of zij de dingen kan blijven doen die betekenisvol zijn in het dagelijks leven. Het gesprek brengt zorg en welzijn op een natuurlijke manier samen en levert een breed en compleet beeld op van iemands situatie.Deze gezamenlijke aanpak kan zorgen voor snelle en passende ondersteuning, doordat signalen vroeg worden gesignaleerd en de juiste ondersteuning op het juiste moment wordt ingezet. Daarnaast wordt de samenwerking tussen zorg en welzijn versterkt en leren professionals van elkaar.
Informele Netwerken | 27-04-2026Hoe sterft Jezus?
In het kader van het sterfjaar van Franciscus van Assisi kijken we in dit artikel naar de dood van Jezus - het voorbeeld van Franciscus. Hoe wordt Jezus' dood eigenlijk geportretteerd in de vier evangelies? Wat zijn de verschillen en overeenkomsten? Welke accenten leggen de evangelisten?
21-04-2026Dietary behavioural support in Dutch nursing homes: a cross-sectional study
**Background**Dietary support among residents by nursing home nurses can enhance quality of life and mitigate risks. The extent to which this support is provided may be influenced by determinants that shape professional behaviour, such as skills, knowledge, professional role perception, emotions, attitude, self-efficacy, outcome expectancies, and priority. This explorative study described self-reported dietary support practices, determinants of practice, and additional knowledge needs among Dutch nursing home nurses.**Methods**A cross-sectional design was used. Nurses completed an online, self-administered 70-item questionnaire (*n* = 138). Nurses reported on a 5-point Likert scale (never [1] to always [5]) frequency of healthy dietary support practice in general and of four specific practices: observing any problems, having a conversation, motivating, setting goals. Ten determinants were rated (strongly disagree [1] to strongly agree [5]). Percentage of nurses who reported performing practices often or always, and who (strongly) agreed with the determinant, were obtained.**Results**Most nurses frequently supported healthy diet in general (71%). With respect to the specific practices, almost all nurses observed any problems with eating and drinking among residents (91%), only about half of the nurses addressed diet in a conversation (48%) or motivated residents (55%), and nurses set goals rarely (19%). Sufficient skills (80%), sufficient knowledge (79%), a favourable professional role perception (77%), positive emotions (72%), and a high intent (70%) regarding general healthier dietary support was expressed by a lot of nurses. Fewer nurses indicated lack of negative emotions (63%), positive attitude (56%), high self-efficacy (55%), high outcome expectancies (34%), and lack of competing priorities (34%). Nurses expressed a broad need for additional knowledge related to nutrition and behaviour change.**Conclusions**Nurses generally supported healthy diet among residents, but specific practices that go beyond merely observing problems are implemented less frequently. Competing priorities, belief in outcome expectancies, and knowledge related to this support require further attention.
Leefstijl en Gezondheidsbevordering | 17-04-2026Beelden van Ouderen in het Onderwijs van Social Work en Verpleegkunde
Binnen de opleidingen Sociaal Werk en Verpleegkunde worden professionals opgeleid die veelal met ouderen zullen werken. Toch kiezen studenten opvallend vaker voor stages in de jeugdzorg, terwijl de ouderenspecialisatie weinig belangstelling trekt. Dit roept vragen op over het beeld dat studenten van ouderen hebben en wat hierover in het onderwijs wordt overgedragen. Dit onderzoek onder CHE-studenten en docenten verkent deze beeldvorming en leidde tot de ontwikkeling van gerichte onderwijsactiviteiten.
Leefstijl en Gezondheidsbevordering, Informele Netwerken | 01-04-2026Cross-bearing in Early Christianity
Ruben van Wingerden investigates how the motif of bearing one's cross was interpreted in early Christianity up to the third century. First, he analyses the New Testament tradition: Mark and Matthew link cross-bearing with the readiness to die under persecution, while Luke tones down associations with physical death, presenting it as renunciation of possessions. John omits Simon of Cyrene and stresses Jesus' self-sufficiency in laying down his life. Simon himself is read against the background of the Greco-Roman motif of the noble death, where the innocent philosopher maintains his dignity.Secondly, the author traces subsequent interpretations by early Christian authors. Writers such as Irenaeus, Clement of Alexandria, Tertullian, Cyprian, Novatian, and Origen developed a range of perspectives, from metaphorical to martyrological. A recurring insight is that cross-bearing was understood as readiness for martyrdom, never as a literal invitation to crucifixion. Origen marks the first instance in which Simon of Cyrene is linked to discipleship. Strikingly, Luke 9:23 with its »daily« addition disappears in these sources, reflecting a context where persecution required emphasis on immediate readiness for death rather than daily discipline. Moreover, sayings from Matthew and Luke often appear as blended formulae, indicating a flexible textual tradition. By situating these interpretations within Jewish, Roman, and philosophical frameworks, Ruben van Wingerden shows how early Christian readers reshaped the motif into a complex tradition that intertwined physical martyrdom with spiritual death to possessions, passions, and family ties.
01-04-2026Impact als ambivalente ambitie
Dit paper verkent het begrip ‘impact’ in praktijkgericht onderzoek en beschrijft het als een ambivalente, maar invloedrijke term. Impact verwijst naar het streven om met onderzoek maatschappelijke verandering te realiseren, maar kent verschillende betekenissen en spanningen. Enerzijds spreekt het verlangen naar zingeving, betrokkenheid en maatschappelijke relevantie aan. Anderzijds roept het kritiek op, vooral rondom de veronderstellingen van meetbaarheid en maakbaarheid van impact en het risico dat onderzoek alleen wordt gewaardeerd op zichtbare resultaten. Het paper pleit daarom voor een bredere, relationele benadering waarin impact ontstaat in interacties, samenwerking en onverwachte processen. Daarnaast worden alternatieve begrippen zoals betekenis, roeping en vakmanschap voorgesteld om recht te doen aan het complexe, deels ongrijpbare karakter van onderzoek en zijn doorwerking.
Bezieling en Professionaliteit | 01-04-2026Tijdsorkestratie
Met deze publicatie plaatsen we een alternatief naast de dominante zienswijze. Vanuit efficiëntie en optimalisatie kijken naar onze omgang met tijd heeft zeker waarde, maar gaan we daardoor ook beter om met onze tijd? Doet het recht aan wat nodig is binnen de school? Het lijkt belangrijk om bij deze afweging niet enkel de ratio te laten spreken, maar ook de kwaliteit die we in onze tijd stoppen een plaats te geven.En daarom past het begrip ‘tijdsorkestratie’ zo goed bij deze publicatie. Van een orkest vragen we ook niet om deze slechts zo efficiënt mogelijk uit te voeren, maar om recht te doen aan de muziek. De noten komen tot hun recht door verschillende tempi, door verschil in volume en bovenal ook door rust tussen de noten. De schoolleider dirigeert de muziek van de school - niet door strakke controle, maar door aandachtig afstemmen, vertragen waar nodig en ruimte scheppen voor menswording. Goed schoolleiderschap als een zorgvuldig geleid orkest waarin ieder tot zijn recht kan komen en zo van betekenis kan zijn. Het strak tikken van de metronoom kan behulpzaam zijn voor het op tijd komen en het leren van rijtjes en routines. Maar wie de liefde in het onderwijs recht wil doen, heeft een breder repertoire nodig.*Tijdsorkestratie* bevat naast toegankelijke essays over de lastigheid met tijd, het betekenisvol omgaan met tijd en de pedagogische opdracht van de school, ook verschillende werkvormen om als schoolleider zelf en met het team betekenisvol om te gaan met tijd. Kortom, verdieping en toepassing in één publicatie.
Bezieling en Professionaliteit | 12-03-2026The effectiveness of an adapted modular CBT training for youth with depressive symptoms: a study protocol for an n-of-1 trial
Background The prevalence of depressive symptoms among youth seems to be increasing. Depression among youth is associated with poorer academic performance and social relationships. Preventive interventions for youth with elevated depressive symptoms are essential. The STARr training was found to reduce depressive symptoms in youth; however, it was too linguistic and could be enhanced in terms of gender and cultural background. This study will examine whether a simplified, adapted modular CBT training (STARr 2.0) is effective in reducing depressive symptoms and co-occurring anxiety symptoms among youth with depressive symptoms. Further, this study will assess whether the module sequence preferences of adolescents, trainers, or data predict the outcome depressive symptoms. Additionally, alliance, motivation, and expectation of the treatment will be assessed as predictors. Last, we will examine moderators (age, gender) and change mechanisms (problem solving, cognitive restructuring, behavioral activation, and stress). Methods An n-of-1 study with a single-case observational design with a baseline and effect phase will be employed. The baseline phase starts three weeks before the training. We aim to include 30 adolescents between 12 and 20 years at two mental health organizations. All participants receive the adapted STARr-training in groups of six to eight participants. The training consists of 12 hourly sessions provided by a trained trainer. Participants receive in total three short questionnaires per week and six longer questionnaires (start baseline, before the start of the training, and after each module). The primary outcome is depressive symptoms and secondary outcomes are anxiety, stress, satisfaction with the training, and individual and societal functioning. Discussion The findings of this study will provide insight into whether an adapted simplified version of the STARr training is effective in reducing depressive symptoms and will also provide insight into change mechanisms and potential subgroup differences. If the adapted versio
Informele Netwerken | 07-03-2026