Blog / 14-04-2026

De betekenis van kerkgebouwen reikt verder dan hun functie

Jan Martijn Abrahamse – Lector Theologie

Toen op 1 januari de Vondelkerk afbrandde, ging, in de woorden van burgemeester Femke Halsema, “één van Amsterdams meest intieme monumenten” verloren. Wanneer een verslaggever van AT5 buurtbewoner Maud vraagt waarom ze in tranen is, antwoordt ze: “Omdat ik daar geboren ben. Zestig jaar lang is die kerk een baken in mijn leven geweest. Altijd stond hij er, iedere dag.”

Luchtfoto Van De Vondelkerk

Dat raakte mij. Hoewel de Vondelkerk al decennialang geen vaste kerkelijke gemeenschap meer huisvestte, werd het verlies ervan ervaren als het verdwijnen van een oriëntatiepunt. De brand legt daarmee iets bloot wat in veel discussies over kerkgebouwen uit beeld raakt. Kerken zijn niet alleen functionele ruimtes met een religieuze bestemming, maar ook dragers van continuïteit en betekenis in het leven van de bredere gemeenschap.

Kerkenvisies en een seculier denkkader
Al geruime tijd is bestuurlijk Nederland zich ervan bewust dat het religieus erfgoed onder druk staat. Eind 2018 werd daarom, binnen het Programma Toekomst Religieus Erfgoed van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de zogeheten Kerkenvisie geïntroduceerd. Gemeenten worden sindsdien gestimuleerd om, samen met kerkeigenaren en andere betrokkenen, toekomstbestendig beleid te ontwikkelen voor kerkgebouwen, waarbij ook de betekenis voor de lokale gemeenschap wordt meegewogen.

Op papier is dat een overtuigend initiatief. Inmiddels hebben zo’n 240 gemeenten een kerkenvisie opgesteld. In de afgelopen jaren heb ik er tientallen gelezen, afkomstig uit gemeenten van verschillende omvang en uit uiteenlopende regio’s. Wat daarin opvalt, is hoe sterk een seculier denkkader de waardering van religieus erfgoed bepaalt. De betekenis van kerkgebouwen wordt wel benoemd, maar nauwelijks vertaald naar hun blijvende waarde voor de samenleving. Religieuze betekenis wordt vrijwel uitsluitend gekoppeld aan actief gebruik door een geloofsgemeenschap, en dat gebruik wordt vanzelfsprekend als aflopend gezien. Zodra een kerk leeg komt te staan, wordt het gebouw beschouwd als een kostenpost die weinig meer oplevert tenzij het een nieuwe ‘functie’ krijgt.

Wat als ruimtelijke ordening nauwelijks nog plaats laat voor het niet direct nuttige?

Paradox
In het recente CHE-onderzoek ‘Heiligheid in de leefomgeving’, uitgevoerd door Ipsos I&O in samenwerking met Socires, het Museum Catharijneconvent en Vrijzinnigen Nederland, komt een gelaagd beeld naar voren. Slechts 14 procent van de Nederlanders vindt dat een leegstaande kerk per se een religieuze functie moet behouden. Voor velen is herbestemming tot bijvoorbeeld woningen of een bibliotheek geen probleem.

Tegelijkertijd geeft een grote meerderheid aan actief op zoek te zijn naar rust en stilte. Vier op de vijf Nederlanders zoekt zulke plekken bewust op, en twee derde beschouwt ze als essentieel voor de leefomgeving. Opvallend genoeg worden kerkgebouwen daarbij zelden spontaan genoemd.

Hier tekent zich een paradox af. Enerzijds lijkt de religieuze functie van kerkgebouwen voor velen inwisselbaar, anderzijds bestaat er een breed gedeeld verlangen naar precies datgene wat deze gebouwen traditioneel boden: ruimte, stilte en oriëntatie. Opvallend is bovendien dat jongeren (19%) vaker dan ouderen (10%) openstaan voor het behoud van een religieuze functie en ook eerder een rol zien voor overheid of gemeenschap in het dragen van verantwoordelijkheid voor dit erfgoed.

Betekenis voorbij rendement
De Franse denker Alain de Botton merkt op dat gebouwen ons vormen: wij zijn verschillende mensen in verschillende ruimtes. Die gedachte scherpt de vraag wat er met ons gebeurt wanneer de ruimtes waarin wij leven steeds meer worden ingericht op efficiëntie en rendement. Wat betekent het voor ons wereldbeeld wanneer de ruimtelijke ordening nauwelijks nog plaats laat voor het niet direct nuttige?

In een samenleving waarin schaarste en ruimtegebrek het debat domineren, wordt ruimte vooral functioneel ingevuld. Hoogbouw geldt als oplossing, zelden als verwijzing naar iets dat ons overstijgt. In dat licht zijn kerkgebouwen inefficiënt. Ze leveren, gemeten in vierkante meters en directe opbrengst, weinig op. Maar juist daarin ligt hun betekenis.

Ze doorbreken de logica van nut en rendement en openen een andere orde. Als fysieke ruimtes bieden kerken een ervaring van verruiming. Om met een Psalm te spreken: zij stellen ons “in de ruimte” (Psalm 118:5). In een tijd van haast en prikkels vormen zij plekken waar de orde van presteren en produceren wordt onderbroken door rust, bezinning en overgave. Hun betekenis ligt niet in functioneel nut, maar in hun vermogen ons eraan te herinneren dat het goede leven niet samenvalt met wat wij verdienen of bereiken, maar met de ruimte die ons wordt gegeven om werkelijk te zijn.


Blogreeks lectoren CHE
De lectoraten van de Christelijke Hogeschool Ede doen praktijkgericht onderzoek in nauwe verbinding met onderwijs en werkveld. In deze blogreeks delen lectoren maandelijks bij toerbeurt hun inzichten en laten zij zien hoe theorie en praktijk elkaar versterken.

Foto: Stadsherstel020, via Wikimedia Commons (CC BY-SA).