Filters
1254 resultaten gevonden
Verplicht, maar toch vrijblijvend
In dit verkennende onderzoek is zicht gekregen op de meerwaarde van intervisie voor gezinshuisouders. Er is een literatuuronderzoek gehouden naar de werkzame bestanddelen voor intervisiegroepen. Daarnaast is er er een enquête gehouden over het nut van intervisienetwerken voor gezinshuisouders. Hier hebben 70 gezinshuisouders aan meegewerkt. En tenslotte zijn er vervolgens diepte-interviews gehouden met 8 gezinshuisouders.Bijgevoegd is ook een visuele samenvatting van het rapport.
PublicatieVerbindingen smeden
De EFT is in eerste instantie een vorm van partnerrealtietherapie, die onderbouwd is vanuit de hechtingstheorie van Bowlby, de experientiële benadering van Rogers en de systeemtherapie. Het contextuele gedachtegoed helpt te onderzoeken wie er in de relatie nog meer recht op de sleutel heeft en welk delegaten echoën in de relatie. Het gaat niet alleen om je te kunnen en duven te verbinden, maar ook de vrijheid te verwerven om die verbinding aan te gaan.
PublicatieUithuisplaatsing is nog altijd een taboe
De samenwerking tussen hulpverleners en biologische ouders van uit huis geplaatste pubers loopt in de praktijk niet altijd even constructief. Want al wil iedereen het beste voor het kind, toch kan het flink schuren volgens Martine Noordegraaf, lector Jeugd & Gezin aan de CHE.
PublicatieToegepaste Conversatieanalyse
In dit artikel bespreken we de waarde van de methode van Toegepaste Conversatieanalyse voor het sociaal werk aan de hand van het project Professioneel Ouderschap in Gezinshuizen en het daaruit voortgekomen promotieonderzoek ‘Hechting in interactie’. Hoewel Toegepaste Conversatieanalyse meerdere functies heeft, beperken we ons in dit artikel tot de functies: ontdekken, verhelderen en respecificeren. We laten zien dat Toegepaste Conversatieanalyse bij uitstek geschikt is voor het beantwoorden van een hoe-vraag.
PublicatieSamen opvoeden
De resultaten die in dit artikel gepresenteerd worden, zijn afkomstig van een grootschalig praktijkgericht onderzoek naar de samenwerking tussen ouders en gezinshuisouders rondom het opvoeden van jongeren die in een gezinshuis wonen en daar met een langdurig perspectief geplaatst zijn. In een gezinshuis zorgt een daarvoor opgeleide opvoeder voor een aantal pleegkinderen die professionele aandacht nodig hebben. Het gaat om jongeren met diverse vormen van persoonlijke problematiek waarvan het merendeel lijdt onder de gevolgen van posttraumatische stress en problemen in de hechting. Daarbij komen vaak problemen in het gedrag of de ontwikkeling en in het reguleren van emoties. Ook bij de ouders van deze jongeren is vaak sprake van persoonlijke problemen. Het soort persoonlijke problematiek van ouders kan onderverdeeld worden in psychiatrische problematiek, licht verstandelijke beperkingen, verslavingsproblematiek en overige problematiek. Regelmatig is sprake van meervoudige problemen.
PublicatieRituelen bij tegenslag en verdriet
Dit artikel is gebaseerd op een kwalitatief explorerend onderzoek naar de betekenis van rituelen voor jongeren die wonen in de residentiële jeugdhulp. Gedurende zes aaneengesloten weken verrichtte onderzoeker participerende observatie binnen twee voorzieningen voor (vrijwillige) residentiële jeugdhulp en nam 20 half gestructureerde interviews af.De vraag die in deze bijdrage wordt beantwoord is tot welke rituelen van spirituele aard de adolescenten overgaan bij tegenslag en verdriet en welke betekenis en werking deze rituelen voor hen hebben. Van de drie aangetroffen vormen van rituelen - omgang met objecten, bidden en grafbezoek - wordt in deze bijdrage van de laatste twee verslag gedaan. De jongeren ontlenen aan deze rituelen moed en kracht. Ook de wijze waarop pedagogisch medewerkers op dit handelen van de jongeren afstemmen is onderzocht. Het blijkt dat zij hier geen aandacht aan besteden. Nader onderzoek en professionalisering zijn gewenst.
PublicatieRespect
Gezinshuizen zijn een jeugdzorgvoorziening tussen pleegzorg en residentiële opvang in. In een gezinshuis worden één of meerdere kinderen opgenomen in het gezin van de gezinshuisouder(s). Hoe praten deze opvoeders met de in huis geplaatste kinderen?
PublicatieReligieuze levensbeschouwing in de psychosociale hulverlening : Over het belang van aandacht voor levensbeschouwing in de psychosociale hulpverlening
In dit artikel ga ik in op de relatie tussen religieuze levensbeschouwing en onze bestaanswerkelijkheid en trek daarbij enkele consequenties voor de psychosociale hulpverlening.De aandacht voor religieuze overtuiging en het belang daarvan voor het daadwerkelijk geleefde leven is de laatste decennia groeiend. Lange tijd is dit onderwerp in de breedte van de samenleving taboe geweest. Onder invloed van een sterk logisch positivistische wetenschappelijke werkelijkheidsvisie en daarmee samenhangende secularisering van de maatschappij werd religie lange tijd gemarginaliseerd en weggezet als een privé aangelegenheid van individuen. Aan de relevantie van religieus geloof voor het welzijn van individu en samenleving werd eenvoudig voorbijgegaan. Religieus geloof werd gezien als een relict uit een inmiddels achterhaald stadium van de menselijke ontwikkeling, en gelovigen werden op zijn best minzaam bejegend als medeburgers die immers ook recht hebben op een eigen positiebepaling in dit leven.De laatste jaren echter is op dit punt een duidelijke verandering aanwijsbaar. Zo verschijnen er publicaties waarin het ‘goedrecht’ van religieus geloof door intellectuelen wordt verdedigd en waardoor het intellectuele debat op dit punt weer wordt gevoerd (H.M. Praag, 2008). Daarnaast zorgt het verschijnsel van de multiculturele samenleving ervoor dat de aandacht voor religieus geloof en haar functie groeit. Ook de aandacht in bredere zin voor zingevingsvraagstukken en moraal (denk aan het normen en waardendebat) is debet aan de herlevende belangstelling voor religieuze levensbeschouwingen.Toegespitst op het thema van dit artikel: binnen de psychosociale hulpverlening werd tot voor enkele decennia hoegenaamd geen systematische aandacht besteed aan de levensbeschouwing van de cliënt en zeker niet als het religie betrof. Jan H.G. Janssen concludeert in zijn bestseller over beroepsethiek voor het maatschappelijk werk (1e druk in 1991) in 2007 nog: ‘We kunnen rustig stellen dat religie vaak een blinde vlek is in de hulpverlening: er wordt geen aandacht aan besteed in de intake en ook zelden daarna’. Ook andere getuigen van dat inzicht worden door hem geciteerd (J.H.G. 2007). Tegelijkertijd constateert hij echter dat ‘er geen christelijke of andere religieuze of godsdienstige hulpverlening bestaat’ en waarschuwt:2‘hulpverlening moet vrij maken en de boodschappen aan anderen overlaten’. De waarschuwing is helder en niet zonder grond, maar doet gelijk een daaraan ten grondslag liggend ideaal van waardevrije hulpverlening vermoeden welke zelf kwestieus is.Hoe dan ook, de aandacht voor levensbeschouwing in de hulpverlening is heden ten dage groot. Publicaties over spiritualiteit en zingevingsvragen volgen elkaar in snel tempo op. In curricula van opleidingen in de zorg- en hulpverlening worden deze thema’s zonder moeite teruggevonden.
Publicatie