Samenvatting
Moet het Griekse woord aiōnios – het sleutelwoord in teksten over eeuwig leven en eeuwige straf in het Nieuwe Testament – anders worden vertaald dan gebruikelijk? Over die vraag is er een groeiend debat, aangewakkerd door recente pleidooien vanuit universalistische hoek. Dit artikel onderzoekt de taalkundige, exegetische en theologische lagen van aiōnios en weegt de argumenten voor een alternatieve vertaling. Het laat zien dat aiōnios een semantisch breed begrip is, dat zowel kwaliteit (‘behorend bij de komende eeuw’) als duur (‘blijvend, onherroepelijk’) kan uitdrukken, en dat in het Nieuwe Testament deze twee betekenislagen samenkomen. Wie aiōnios uitsluitend kwalitatief leest als ‘behorend bij de komende eeuw’, miskent de betekenisontwikkeling die het woord in de apocalyptische literatuur van de tweede tempelperiode heeft doorgemaakt. Over vertalingen valt altijd te twisten, maar alternatieven als ‘blijvend’, ‘van de komende wereld’ of ‘van God’ schieten op wezenlijke punten tekort. Het Nederlandse woord ‘eeuwig’ blijkt, mede door zijn eigen semantische ontwikkeling, nog altijd de meest adequate vertaalkeuze.