Zoeken

Filters

1104 resultaten gevonden

Religieuze levensbeschouwing in de psychosociale hulverlening : Over het belang van aandacht voor levensbeschouwing in de psychosociale hulpverlening

In dit artikel ga ik in op de relatie tussen religieuze levensbeschouwing en onze bestaanswerkelijkheid en trek daarbij enkele consequenties voor de psychosociale hulpverlening.De aandacht voor religieuze overtuiging en het belang daarvan voor het daadwerkelijk geleefde leven is de laatste decennia groeiend. Lange tijd is dit onderwerp in de breedte van de samenleving taboe geweest. Onder invloed van een sterk logisch positivistische wetenschappelijke werkelijkheidsvisie en daarmee samenhangende secularisering van de maatschappij werd religie lange tijd gemarginaliseerd en weggezet als een privé aangelegenheid van individuen. Aan de relevantie van religieus geloof voor het welzijn van individu en samenleving werd eenvoudig voorbijgegaan. Religieus geloof werd gezien als een relict uit een inmiddels achterhaald stadium van de menselijke ontwikkeling, en gelovigen werden op zijn best minzaam bejegend als medeburgers die immers ook recht hebben op een eigen positiebepaling in dit leven.De laatste jaren echter is op dit punt een duidelijke verandering aanwijsbaar. Zo verschijnen er publicaties waarin het ‘goedrecht’ van religieus geloof door intellectuelen wordt verdedigd en waardoor het intellectuele debat op dit punt weer wordt gevoerd (H.M. Praag, 2008). Daarnaast zorgt het verschijnsel van de multiculturele samenleving ervoor dat de aandacht voor religieus geloof en haar functie groeit. Ook de aandacht in bredere zin voor zingevingsvraagstukken en moraal (denk aan het normen en waardendebat) is debet aan de herlevende belangstelling voor religieuze levensbeschouwingen.Toegespitst op het thema van dit artikel: binnen de psychosociale hulpverlening werd tot voor enkele decennia hoegenaamd geen systematische aandacht besteed aan de levensbeschouwing van de cliënt en zeker niet als het religie betrof. Jan H.G. Janssen concludeert in zijn bestseller over beroepsethiek voor het maatschappelijk werk (1e druk in 1991) in 2007 nog: ‘We kunnen rustig stellen dat religie vaak een blinde vlek is in de hulpverlening: er wordt geen aandacht aan besteed in de intake en ook zelden daarna’. Ook andere getuigen van dat inzicht worden door hem geciteerd (J.H.G. 2007). Tegelijkertijd constateert hij echter dat ‘er geen christelijke of andere religieuze of godsdienstige hulpverlening bestaat’ en waarschuwt:2‘hulpverlening moet vrij maken en de boodschappen aan anderen overlaten’. De waarschuwing is helder en niet zonder grond, maar doet gelijk een daaraan ten grondslag liggend ideaal van waardevrije hulpverlening vermoeden welke zelf kwestieus is.Hoe dan ook, de aandacht voor levensbeschouwing in de hulpverlening is heden ten dage groot. Publicaties over spiritualiteit en zingevingsvragen volgen elkaar in snel tempo op. In curricula van opleidingen in de zorg- en hulpverlening worden deze thema’s zonder moeite teruggevonden.

Publicatie

Betrokken journalistiek

Betrokken journalistiek is een correctie op de objectieve school, zonder die te willen vervangen. De verdiensten van de objectieve methode – verificatie, meerdere bronnen, wederhoor en alle journalistieke deugden – staan recht overeind. Tegelijk richten betrokken journalisten zich op meer dan enkel ‘de markt’, en alle distantie en vervreemding die daarmee gepaard gaat. Betrokken journalisten zijn openlijk waardengedreven, gericht op mensen en dus subjectief. Een betrokken journalist is nooit neutraal, maar bekent kleur, inclusief overtuigingen en levensbeschouwingen, en is empathisch, vanuit een persoonlijke betrokkenheid op het onderwerp. Betrokken journalisten verslaan ook geen object, een voorwerp van hun nieuwsgierigheid, maar een subject, mensen van vlees en bloed. Waarheidsvinding blijft het grote gebod, maar mensen recht doen is voor betrokken journalisten precies even belangrijk. Ten slotte zien ze hun publiek als meer dan enkel nieuwsconsumenten. Betrokken journalisten onderhouden een permanente, wederkerige relatie en zijn transparant in hun verantwoording. Aan de bundel werkten 26 meer en minder bekende auteurs mee uit alle geledingen van journalistiek en academie. Wat hun essays gemeen hebben, is een persoonlijke invalshoek. Nooit eerder werden zoveel ervaringen vanuit zoveel verschillende perspectieven gedeeld.

Publicatie

Abraham Kuyper, een leven in de journalistiek

Rond 1900 was Abraham Kuyper een dominante figuur in politiek en samenleving. We kennen hem als oprichter en Kamerlid van de ARP, en ook als stichter van een Amsterdamse universiteit en van de Gereformeerde Kerken. Uiteindelijk werd hij premier van alle Nederlanders. Als een staatsman werd hij ontvangen door koningen en keizers. Maar één ding was hij nagenoeg zijn leven lang: meer dan een halve eeuw werkte hij als journalist. Dagelijks schreef hij voor zijn dagblad en zijn weekblad in totaal meer dan 10.000 artikelen en 17.000 ‘driestarren’. Geducht en gevreesd bij vriend en vijand, bewonderd door de aanhang die hijzelf met zijn journalistiek had geschapen. Dit materiaal, dat sinds zijn dood vrijwel is vergeten en nooit eerder werd onthuld, vormt het hart van deze biografie.

Publicatie

Abraham Kuyper: de positieve rol van een polarisator

In dit artikel gaan we nader in op de reputatie van Abraham Kuyper als iemand die de verhoudingen in het Nederland van zijn tijd op scherp zette. Een oproerkraaier vonden de zittende liberalen hem en vrijwel de hele elite zei het hen na, een ‘antirevolutionaire revolutionair’ was hij volgens historicus Robert Fruin. Kraaide Kuypers befaamde polemiek inderdaad oproer als een revolutionair, of valt er ook iets anders van te zeggen?

Publicatie

Ertoe doen

Deze integrale kennisagenda is voor de CHE-opleiding Sociale Studies een mijlpaal. Het is voor het eerst dat het onderzoek dat gedaan wordt binnen Sociale Studies aan elkaar is verbonden nadat vanaf het cursusjaar 2017-2018 steeds stappen zijn gezet om al het onderzoek onder te brengen in Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Het gaat om onderzoek van studenten van de voltijd en deeltijd bachelor Social Work, van de masters Contextuele Benadering en Speltherapie en van de lectoraten Professioneel Opvoeden, Informele Netwerken en Laatmoderniteit en Jeugd en Gezin.Een PLG is een groep van docenten, professionals en studenten die zin hebben om meerjarig samen te leren rondom vragen uit de praktijk. Hiervoor formuleren praktijk en onderwijs, onder begeleiding van een onderzoeker, samen thema’s die voor beide relevant zijn en waarop studenten jaarlijks onderzoek verrichten in het teken van hun afstuderen. De kennis die hiermee wordt ontwikkeld komt ten goede aan: 1) de vorming van de student tot professional 2) de ontwikkeling van het werkveld 3) het beroepsonderwijs en 4) de kennisbasis van de beroepen waar we voor opleiden.In deze kennisagenda worden vijf kennislijnen geïntroduceerd waarbinnen alle PLG’s van Sociale Studies zijn ondergebracht. Als bijlage is een overzicht toegevoegd waarin alle PLG’s met hun kennislijnen bij elkaar staan. Tenslotte is deze kennisagenda nadrukkelijk een levend document. PLG’s zullen komen en gaan. We willen daarin ontwikkelingen volgen en ook afgaan op de plekken waar vragen zijn en waar samenwerking ontstaat. De kennisagenda is dan ook nadrukkelijk een uitnodiging om aan te haken en om mee te doen.

Publicatie

Rituelen bij tegenslag en verdriet

Dit artikel is gebaseerd op een kwalitatief explorerend onderzoek naar de betekenis van rituelen voor jongeren die wonen in de residentiële jeugdhulp. Gedurende zes aaneengesloten weken verrichtte onderzoeker participerende observatie binnen twee voorzieningen voor (vrijwillige) residentiële jeugdhulp en nam 20 half gestructureerde interviews af.De vraag die in deze bijdrage wordt beantwoord is tot welke rituelen van spirituele aard de adolescenten overgaan bij tegenslag en verdriet en welke betekenis en werking deze rituelen voor hen hebben. Van de drie aangetroffen vormen van rituelen - omgang met objecten, bidden en grafbezoek - wordt in deze bijdrage van de laatste twee verslag gedaan. De jongeren ontlenen aan deze rituelen moed en kracht. Ook de wijze waarop pedagogisch medewerkers op dit handelen van de jongeren afstemmen is onderzocht. Het blijkt dat zij hier geen aandacht aan besteden. Nader onderzoek en professionalisering zijn gewenst.

Publicatie

Zoeken en tasten

Op allerlei manieren ontwikkelen mensen het aandachtige bewustzijn dat onze werkelijkheid niet in bits en data te vangen valt. Op de een of andere manier moet de lofzang in ons zingen. In dit artikel beschrijft Gert Vierwind hoe een dergelijke liturgische bewustwording, misschien onverwacht, opbloeit bij adolescenten.

Publicatie

Evaluating Effect Moderators in Cognitive Versus Behavioral Based CBT-Modules and Sequences Towards Preventing Adolescent Depression

Objective:The aim of this study was to investigate age group, gender, and baseline depressive symptom severity as possible effect moderators in (1) cognitive versus behavioral based CBT-modules and (2) sequences of modules that started either with cognitive or behavioral modules in indicated depression prevention in adolescents.Method:We conducted a pragmatic cluster-randomized trial under four parallel conditions. Each condition consisted of four CBT-modules of three sessions (cognitive restructuring, problem solving, behavioral activation, relaxation), but the sequencing of modules differed. The CBT-modules and sequences were clustered into more cognitive versus more behavioral based approaches. The sample involved 282 Dutch adolescents with elevated depressive symptoms (Mage = 13.8; 55.7% girls, 92.9% Dutch). Assessments were conducted at baseline, after three sessions, at post-intervention and 6-month follow-up with self-reported depressive symptoms as the primary outcome.Results:We found no evidence for substantial moderation effects. Age group, gender, and depressive symptom severity level at baseline did not moderate the effects of cognitive versus behavioral modules after three sessions. No evidence was also found that these characteristics moderated the effectiveness of sequences of modules that started either with cognitive or behavioral modules at post-intervention and 6-month follow-up.Conclusion:Cognitive and behavioral based modules and sequences in the prevention of depression in adolescents might apply to a relatively wide range of adolescents in terms of age group, gender, and severity levels of depressive symptoms.

Publicatie