Tweede jaar en verder
Tijdens de opleiding MWD volg je in jaar 2 en 3 verdiepende colleges die nauw aansluiten op de beroepseisen van het werkveld. Het werkveld komt naar de hogeschool toe in de vorm van gastcolleges, acteurs en begeleiding. Het derde jaar staat geheel in het teken van de stage.
Jaar 2 MWD
Het tweede jaar volg je verdiepende vakken als pedagogiek, ethiek, psychologie, sociologie, recht en medische kennis. Ook staan de zogeheten beroepsvakken op het programma: methodiek en groepsdynamica. Vakken als casemanagement, doelgericht presenteren, systematisch sinaleren en middelen verwerven hebben daartussen nadrukkelijk een plek.
Specialisatie: naast de hoofdvakken in de major volg je MWD-methodiekprogramma’s en begin je met één van de verdiepingsminoren. Hiermee specialiseer je je in de richting die jou het beste ligt. Het onderwijs is opgebouwd rondom diverse thema’s waarmee je als maatschappelijk werker in de praktijk te maken krijgt: belangenbehartiging, hulpverlening in relaties, werken in gedwongen hulpverlening en "van crisis naar kans".
Studieloopbaanontwikkeling: dit vak leidt je verder toe naar de beroepshouding die een maatschappelijk werker nodig heeft. Daarin word je begeleid door een studieloopbaanbegeleider. In de maand oktober heb je met je klas een aantal trainingsdagen waarin 'jouw beroepspersoon' centraal staat. Hoe hebben jouw eigen 'verleden', 'heden' en 'toekomst' invloed op wie jij bent als hulpverlener?
Jaar 3 MWD
Het derde jaar is geheel ingeruimd voor je stage. Je maakt grondig kennis met het beroepshandelen in de dagelijkse praktijk. Daarom werk je een jaar lang in dezelfde instelling. Je kunt bijvoorbeeld aan de slag in de jeugdhulpverlening, de psychiatrie, de gehandicaptenzorg, de ouderenzorg of de maatschappelijke opvang.
Professionaliseringsdagen: er worden in het derde jaar MWD drie series professionaliseringsdagen georganiseerd. Deze terugkomdagen zijn vier dagen in een week waarin je op school rond een bepaald thema verder verdiept: twee voor de major MWD en twee voor de verdiepingsminor die je gekozen hebt. Dit ter verdieping van je theoretische kennis en vaardigheden die je dan direct op je stage kunt toepassen.
Supervisie: er vinden elke twee weken z.g. supervisiegesprekken plaats. Dan bespreken drie studenten met een docent - de supervisor - de voortgang van de stage, welke leerervaring zij opdoen en eventueel welke problemen ze tegenkomen.