Afstudeerjaar
Het vierde jaar gebruik je om je kennis te verdiepen en (in binnen- of buitenland) een afstudeeropdracht uit te voeren. Je verwerkt je stage-ervaringen, theoretische inzichten en levensbeschouwelijke opvattingen in jouw visie op het beroep en het beroepshandelen. Ook heb je tijdens de eindfase van je studie de gelegenheid om een verbredingsminor te volgen buiten het domein van het Social Work. Na vier jaar ben je klaar om als beginnende professional aan de slag te gaan.
Jaar 4 MWD bestaat uit:
Semester 1: verdiepen en verantwoorden
In dit semester houd je je bezig met de behandeling van een casus waarin meerdere problemen tegelijk het leven van een aantal cliënten bemoeilijken, bijvoorbeeld een gezin. Zodoende verdiep jij je kennis en vaardigheden in complexe hulpverleningssituaties. Daarbij wordt je verder getraind in de verantwoording van jouw keuzes en de vastlegging daarvan.
Semester 2: afstudeeropdracht
Dit semester is grotendeels gewijd aan keuzevakken en aan de afstudeeropdracht. Ook internationaal afstuderen is in dit semester een veel gekozen variant.
Bij het afstuderen word je begeleid door een docent van school en ook door iemand vanuit de instelling waar je afstudeert. Deze instelling legt jou problematiek voor die je gaat onderzoeken en bestuderen. Op basis daarvan kom je met conclusies en aanbevelingen. Tot slot leg je met een eindverslag en een eindgesprek een laatste examen "een meesterproef" af. Als je dit met goed gevolg hebt afgelegd, ben je klaar om het werkveld in te gaan.
Optimale studentsturing
Anders dan de voorgaande studiejaren ligt de nadruk in jaar 4 op een optimale studentsturing. Dat houdt in dat de student minder wordt aangestuurd dan in vorige jaren, de docent veelal een vraaggestuurde en
coachende houding heeft en dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud
en het proces bij de studie meer bij de student is komen te liggen.