Starten met de opleiding
De propedeuse, die meestal een jaar omvat, is vooral beroepsoriënterend en -funderend. Die beroepsoriëntatie is heel belangrijk voor jou, omdat je in dat eerste jaar het vak van dichtbij leert kennen en ervaren, zodat je kunt vaststellen of je beroepskeuze de juiste was.
Naast de beroepsoriëntatie heeft de propedeuse ook een beroepsfunderend karakter: er wordt in deel 1 van de hoofdfase een stevige basis gelegd waarop de volgende jaren kan worden gebouwd. Gedurende het jaar wordt je in de opleiding door middel van o.a. toetsing en SLB informatie verzameld over je. Op basis van die informatie ontvang je een schriftelijk advies met betrekking tot het al of niet voortzetten van de opleiding; eventueel wordt advies gegeven om een andere (hbo-)opleiding te gaan volgen.
Het leerprogramma
Een studiejaar is verdeeld in twee semesters. Het programma per semester bestaat uit leerprocesbegeleiding, vakdidactiek, onderwijskundige en pedagogische vakken, practica, persoonlijke, culturele en levensbeschouwelijke vorming. Deze programma’s worden afgesloten met een vorm van toetsing (schriftelijk tentamen, presentatie, portfolio, werkstuk).
Al in het eerste jaar is het mogelijk om uit een gevarieerd aanbod keuzeprogramma’s te volgen. In de loop van de opleiding wordt het keuzedeel groter, zodat je voor een deel zelf je leerweg bepaalt.
Ook themaweken komen in de opleiding regelmatig voor.
Stage
Daarnaast is er per semester plaats ingeruimd voor vier weken stage (dus acht weken per jaar). In het eerste jaar neemt de stage een belangrijke plaats in. Je leert het vak aan de hand van kernopdrachten die ontleend zijn aan de praktijk.
Tijdens de oriëntatiefase is er een speciaal programma dat voorbereidt op de stage; daarnaast wordt veel aandacht besteed aan presenteren. Specifieke vaardigheden die belangrijk zijn voor de praktijk van het onderwijsgeven worden getraind. Voorbeelden zijn: voorlezen, vertellen, (bord)schrijven, stemgebruik, verzorgen van presentaties met behulp van de computer (PowerPoint) en het maken van een tentoonstelling.
Begeleiding en zelfstudie
De begeleiding van de student krijgt nadrukkelijk aandacht, met name in het eerste jaar. Via begeleiding door een studieloopbaanbegeleider (SLB-er) in groepen van 12 a 13 studenten krijg je zicht op je persoonlijke kwaliteiten en leer je studeren en plannen.
In de eerste fase leg je een aantal kennistoetsen af op het gebied van de basisschoolvakken. Deze toetsen helpen je om je niveau te bepalen. Vervolgens ga je grotendeels in zelfstudie aan deze stof werken. Voor degenen die moeite hebben met de stof zijn er wel hulpcolleges.
Met behulp van deze kennis leer je om les te geven in basisschoolvakken. Ook in het verdere verloop van je studie wordt in colleges vooral gewerkt aan didactiek, terwijl de leerstof vooral in zelfstudie wordt geleerd.
Je SLB-er begeleidt je in dat proces, zoals als SLB-groep áls individueel. Als blijkt dat je je leerweg zelfstandig gaat, wordt de begeleiding daarop afgestemd.
Belangrijke toetsen
Er zijn een aantal belangrijke toetsen binnen de Pabo-opleiding. Twee daarvan zijn landelijk verplicht, de derde is op de CHE verplicht.
- Landelijke rekentoets (moet in het eerste jaar gehaald worden om toegelaten te worden tot het tweede jaar)
- Landelijke taaltoets (idem)
- Voortgangstoetsing
De voortgangstoetsing is deels bedoeld als stimulans achter het cumulatieve leerproces en deels om te kunnen zien hoe het staat met je kennisniveau.