Thomas Steenbergen

Thomas Steenbergen

Student Godsdienst Pastoraal Werk

 

Anique Luiten

Student Godsdienst Pastoraal Werk

Meer weten??  

Kees Hoving

Student Godsdienst Pastoraal Werk

Meer weten??  

Praktijk

Als je kiest voor HBO theologie, kies je voor een beroepsopleiding. Dan kan het niet anders dan dat er in je GPW studie veel tijd voor leren in de praktijk in het curriculum is opgenomen.

Meer dan stage

De praktijk bij GPW is meer dan stagelopen, al is dat er een groot onderdeel van. De praktijk is door de hele studie heen geweven. Gedurende alle jaren van de opleiding kun je praktijkopdrachten ter ondersteuning van de lessen verwachten. Een docent geeft les en in dezelfde week ga jij iets uitvoeren in de gemeente wat met die les te maken heeft. Zo bereid je je weer voor op de volgende les.

- Je doet observaties in de gemeente. Bijvoorbeeld: je bestudeert het hoe en wat van de onderwijsactiviteiten in een gemeente. Of je gaat mee met een pastor en neemt waar hoe hij / zij pastorale gesprekken voert.

- Je houdt er oefeningen. Bijvoorbeeld: je geeft een catecheseles of vult een avond van de gemeentebijbelschool of je voert zelf enige pastorale gesprekken.

- Je legt soms toetsen af in de praktijk. Bijvoorbeeld: de toets voor homiletiek (preekvaardigheid) kun je doen door in een gemeente of zorgcentrum een dienst of bezinning te leiden.

- Je werkt aan opdrachten die het werkveld zelf aanreikt (of die jij daar verwerft). Bijvoorbeeld: je afstudeerproject doe je op verzoek van een gemeente of instelling. Zij hebben een onderzoeksproject waarvoor ze GPW studenten uit Ede willen inzetten.

De praktijk wordt ook geoefend op school. Je houdt bijvoorbeeld in de klas of in groepjes een lezing of een meditatie. Je voert een pastoraal gesprek met een klasgenoot. Bij die oefeningen zijn de klas- of groepsgenoten observant en medebeoordelaar. Een toets kan op vergelijkbare wijze een praktijktoets op school zijn.

De praktijk in de verschillende leerjaren

- In de eerste twee jaar van de opleiding heb je voor praktijkopdrachten een oefenplaats ter beschikking. Meestal is dat je eigen gemeente. In jaar één doe je de meeste praktijkervaring op in het kader van je oriëntatie op het beroep. In jaar twee voer je ook een opdracht voor gemeente-opbouw uit met een projectgroep van studenten. Je helpt dan een gemeente die haar eigen structuur wil doordenken en verbeteren.

- Het derde jaar is het grote stagejaar. Je werkt dan ongeveer 1000 uren in een gemeente of christelijke organisatie. Het gaat dan vooral om de toepassing van wat je eerder op school hebt geleerd. Je zult in de praktijk moeten bewijzen dat je de GPW competenties op voldoende niveau beheerst. Daarnaast kies je een specialisatie waarbinnen je je competenties naar een nog hoger niveau tilt. In het derde jaar is er ook een klein onderdeel internationalisering. Het is de bedoeling dat je een dag of tien naar het buitenland gaat om je ook daar te orienteren op het beroep van GPW-er.

- Het vierde jaar kent ook praktijk. Dan heb je de al genoemde afstudeeropdracht. In een gemeente of instelling (in Nederland of in het buitenland) doe je een stevig onderzoek en lever je een beroepsproduct af, de ‘meesterproef’. Vaak doe je dat samen met een andere student. Het leuke is dat het werkveld je daarbij echt nodig heeft. Zomaar twee voorbeelden: je doet onderzoek naar het begeleiden van pubers in een missionair-diakonale context. Je schrijft een programma van activiteiten gericht op de doelgroep. Of je doet een onderzoek naar de pastorale zorg aan licht dementerende ouderen in een zorgcentrum en komt met aanbevelingen en een plan van aanpak hoe die zorg opgezet (en verbeterd) kan worden.

Deeltijdopleiding

Je kunt voor de deeltijdpraktijk aan dezelfde zaken denken als bij de voltijd. Alleen is de praktijk in de deeltijd nog meer gespreid. De grote stage begint eigenlijk al in jaar 1. Als je al veel praktijkervaring in het kerkenwerk hebt opgedaan, kun je gedeeltelijk vrijstelling van de praktijk krijgen. Beter gezegd: je kunt reeds opgedane praktijkervaringen inzetten om bij toetsing te laten zien dat je competent bent.