INHOUD

 

Lectoraat Ethiek van de zorg

Voor u ligt de tweede digitale nieuwsbrief van het Lectoraat Ethiek van de zorg van de ZEG-hogescholen dat is gevestigd aan de Christelijke Hogeschool Ede. Door middel van deze nieuwsbrief willen we u op de hoogte stellen en houden van het werk van het Lectoraat en van de resultaten daarvan. Zie voor meer informatie ook onze website. Het lectoraat heeft tevens een eigen kenniskring.

Doelstellingen

Het lectoraat ethiek van de zorg heeft van de vier door de overheid genoemde doelstellingen zich in eerste instantie vooral gericht op het verrichten van onderzoek (kennisontwikkeling). Hierbij zijn zowel docenten als studenten betrokken. De bedoeling is zo tevens een onderzoekscultuur te bevorderen die breder is dan de leden van de kenniskring. Verder wordt de verworven kennis ook gebruikt bij de vernieuwing en verdieping van het curriculum. Daarnaast is het de bedoeling dat het vernieuwde ethiekonderwijs niet alleen voor het curriculum van de betrokken opleidingen gebruikt zal worden maar ook zal leiden tot een onderwijsaanbod aan instellingen.

Ethiek van de zorg

Nieuwe tekst:Voor alle duidelijkheid herhalen we hier de in de eerste nieuwsbrief weergegeven visie op ethiek van de zorg.
In zorg- en hulpverleningspraktijken streven de hulpverleners bepaalde waarden na. Ook ethische waarden. In de verpleegkundige zorg is dat gezondheid. Bij sociaal-pedagogische hulpverlening is dat vooral het leven in goede sociale verhoudingen, sociaal welzijn. Deze gerichtheid op ethische waarden geeft de praktijk zelf al een ethische lading. Ethiek van de hulpverlening is dus in eerste instantie bezinning op welke waarden in concrete hulpverleningssituaties nagestreefd dienen te worden. Ethiek heeft dus betrekking op de bezinning op hoe het leven van een (hulpbehoevend) mens zoveel mogelijk tot zijn recht kan komen. Daarom begint ethiek niet pas bij bepaalde duidelijke ethische dilemma's, al dringt zich daar de behoefte aan ethische bezinning wel sterk op.
Om de met de hulpverleningspraktijk verbonden waarden te realiseren, gebruikt de hulpverlener de geëigende professionele methoden, methodieken en werkvormen. Soms doen zich situaties voor waarin niet (zonder meer) duidelijk is wat het gewenste hulpverleningsdoel moet zijn en langs welke weg dat gerealiseerd zou kunnen worden. Dan doet zich behalve een eventueel professioneel-methodisch probleem ook een ethisch probleem voor.
Professionele hulpverleners dienen in staat te zijn om een bijdrage te leveren aan de bezinning op de ethische gerichtheid van hun beroep, om ethische problemen op een verantwoorde wijze te hanteren en zich voor hun handelen ook in ethisch opzicht te verantwoorden. Het onderwijs dat zich hierop richt noemen we morele vorming. Zie verder hierover de lectorale rede van prof. dr. ir. H. Jochemsen.

De lector, Henk Jochemsen, gaf oktober vorig jaar enkele workshops over christelijke gezondheidszorgethiek aan pas afgestudeerden in Egypte

Twee hoofdlijnen

Van enkele nieuwe ontwikkelingen in het onderzoek en over de resultaten daarvan willen we hieronder kort berichten. We volgen daarbij vast het eerder gemaakte onderscheid tussen de onderwijskundige en de ethische onderzoekslijn.

1 Onderwijskundige lijn

In de onderwijskundige lijn gaat het om bezinning op kennis, leerprocessen en morele vorming, waarbij onder meer wordt ingegaan op hedendaagse opvattingen over het nieuwe leren, het competentieleren. (Voor eerdere publicatie hierover zie Herkenning nr. 14: Hoofd, hart en handen, integrale morele vorming in christelijk hoger onderwijs, brochure J.H. Hegeman, I. A. Kole & H. Jochemsen).
Op het gebied van de morele vorming (eerst-verantwoordelijke J.H Hegeman) is het afgelopen jaar hard gewerkt aan een basisdocument waarin de theoretische kaders die we bij morele vorming willen hanteren op een geordende en inzichtelijke wijze worden weergegeven ten behoeve van de docenten van de betrokken opleidingen. Het gaat hierbij om theorieën betreffende hulpverleningspraktijken, ethiekbeoefening, spiritualiteit en de betekenis hiervan voor hulp- en zorgverlening, en onderwijs en vorming. We sluiten hierin aan bij literatuur, en ontwikkelen bepaalde theorieën zelf verder. Hierin worden resultaten van de empirische studies zoveel verwerkt worden. De bedoeling is om ethiek en morele vorming in het hele onderwijsprogramma zoveel mogelijk vanuit eenzelfde benadering te laten werken en niet te beperken tot het ethiekonderwijs in directe zin.
Verder zijn m.n. Bart Cusveller en Koos de Lijster bezig met het verder ontwikkelen en implementeren van nieuwe ethiekmodules in het onderwijs aan de opleidingen verpleegkunde., in Ede en in Zwolle.
De kenniskringleden Wim van Ieperen en Nicolien de Jong (SPH-CHE) en Cees Smit (SPH-GH) zijn bezig met het verwerken van lectoraatsresultaten in het onderwijs aan de SPH-opleidingen. Hierbij doet zich wel het praktische probleem voor dat men op beide scholen bezig is met het ontwikkelen van een nieuw curriculum Sociale Studies. We hopen echter dat evenals bij verpleegkunde van die nood een deugd gemaakt zal kunnen worden.

2 Ethische onderzoekslijn

Wat betreft de theoretisch-ethische onderzoekslijn hebben de lector en de associate lector verder gewerkt aan de bezinning op en formulering van Ethiek van de zorg als globale ethische theorie. Daarbij wordt ook expliciet aandacht gegeven aan de betekenis van de spiritualiteit van de hulpverlener voor de hulp. Jochemsen heeft dit gedaan ter voorbereiding op een lezing voor Internationale conferentie van reformatorische wijsbegeerte in augustus 2005. De tekst van die lezing wordt gepubliceerd in een speciale uitgave van Philosophia Reformata. Verder werkt hij aan een bijdrage in de ZEG-lectorenreeks die door de drie huidige lectoren gezamenlijk geschreven zal worden over het praktijkbegrip in de het hbo. Daarnaast heeft hij enkele kortere bijdragen over of vanuit het lectoraat geschreven voor vakbladen.
De empirisch-ethische onderzoekslijn betreft onderzoek naar morele opvattingen en het morele handelen van praktijkbeoefenaars in de verpleegkunde en sociaal-pedagogische hulpverlening. In enkele gevallen wordt er specifiek gelet op de betekenis van de levensovertuiging voor de ethiek van de zorg.
Van twee projecten waaraan werd bijgedragen door studenten in het kader van hun afstudeeronderzoek, geven een korte beschrijving.

a) "Beschouw met mijn ogen". Over de betekenis van levensbeschouwing en levensvragen in de jeugdhulpverlening

De scriptie "Beschouw met mijn ogen", die het resultaat is van het werk van drie 4e jaars sph-studenten, Rebekka van Galen, Heleen Meens en Afkenel Toornvliet, bevat de resultaten van een niet eerder verricht onderzoek. Het geeft antwoord op de vraag welke zingevingsvragen jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar in residentiële (justitiële) instellingen hebben en met wie ze over deze vragen kunnen praten. De onderzoekers analyseerden, na een korte extra training in kwalitatief onderzoek, met behulp van het programma Kwalitan 25 semi-gestructureerde diepte-interviews met de jongeren. De interviews zijn in de instellingen afgenomen. Opvallend was de grote openheid waarmee de jongeren spraken over wat voor hen belangrijk is op het gebied van zingeving en spiritualiteit. In de Wet voor de Jeugdzorg staat dat de instellingen voor jeugdzorg erop moeten toezien dat hun cliënten adequate geestelijke verzorging ontvangen.

De studenten komen o.a. tot de volgende conclusies: Er is een diversiteit aan beleving van spiritualiteit bij de jongeren. Hoewel de opvoeding voor een gedeelte bepaalt welke spiritualiteitbeleving een jongere heeft, is de eigen keuze het belangrijkst. De beleving van spiritualiteit geeft in de meeste gevallen steun. Zij putten kracht uit hun geloof en ervaren dat het gebed hen steun geeft. Er komt ook twijfel en verwarring naar voren. Enkelen jongeren zeiden: God bestaat wel, maar ik heb Hem niet nodig. De meeste jongeren geven aan problemen met een mentor i.c. een SPH-er te kunnen delen. Gesprekken over levensbeschouwing worden het liefst gevoerd met personen, waar ze vertrouwen in hebben, uit de eigen omgeving. Een derde van de geïnterviewden die wel aangaf behoefte te hebben aan een gesprek over spiritualiteit, wil dit hebben met SPH-hulpverleners die zicht op hen en hun zingevingskader hebben. De resultaten van het onderzoek geven aan dat daar vaak niet de gelegenheid voor is.
Kortom: Belangrijk is in de opleiding aandacht te besteden aan de aard van de spiritualiteitvragen bij jongeren in residentiële (justitiële) inrichtingen en hoe daarmee professioneel kan worden omgegaan. Op dit moment worden er volgens de studenten in de opleiding te weinig mogelijkheden gecreëerd om levensbeschouwelijke thema's op de kwaliteit van zorg te doordenken in relatie tot de beroepspraktijk. Het loont ook de moeite om te onderzoeken of de groepswerkers behoefte hebben aan (na)scholing om hoe het zingevingkader van de jongeren nog beter ingezet kan worden als hulp bij de hulpverlening.
Het onderzoek is begeleid door Hans Borst, opleidingsdocent en lid kenniskring Ethiek van de zorg en lector Henk Jochemsen.

b) Allochtonen, onze zorg

Twee SPH-studenten, Jorieke Beijer-van Groningen en Anneloes Bal, die voor hun afstudeeronderzoek deelnamen aan het lectoraatsonderzoek op het terrein van de transsculturele hulpverlening, studeerden af op het onderzoek "Allochtonen, onze zorg". Met als ondertitel: "'Waardevol' hulpverlenen binnen een multiculturele samenleving". Het onderzoek is begeleid door Nicolien de Jong lid kenniskring Ethiek van de zorg en Jan Willem van Nus. We geven kort de inhoud weer.
Probleemstelling: Onbekend is welke handvatten hulpverleners gebruiken in hun hulpverlening aan cliënten met een andere culturele, religieuze of spirituele achtergrond en hoe deze inzichten verwerkt kunnen worden in de hulpverlening.
Doelstellling: Het doel dat wij met dit onderzoek beogen is inzicht te krijgen in de knelpunten, dilemma's en mogelijkheden in de hulpverlening aan allochtonen met wie hulpverleners in aanraking komen om van daaruit bij te dragen aan de ontwikkeling van praktijktheorieën. Daarnaast is het doel (vanuit het lectoraat) kennis over hulpverlening aan mensen uit culturele minderheden te vergroten.
Werkwijze: Een combinatie van literatuuronderzoek en interviews in het veld met zgn. expert-hulpverleners voor doelgroepen met een bepaalde religieuze of culturele achtergrond, nl. Jodendom, Hindoeïsme, Islam en Winti (een spirituele stroming in de Surinaams-Antillaanse gemeenschap). Het onderzoek spitste zich toe op het formuleren van knelpunten, dilemma's en mogelijkheden, gevolgd door methodische handvatten. Bij de Wintiaanhangers heeft om praktische redenen geen veldraadpleging kunnen plaatsvinden.
Belangrijke resultaten: De maatschappelijke hulpverlening aan mensen uit culturele minderheden blijkt sterk verzuild: men zoekt zoveel mogelijk hulpverleners op uit eigen achtergrond.
Een diversiteit aan problemen en knelpunten is beschreven.
Uit dit onderzoek wordt duidelijk dat hulpverlening alleen slaagt als er op korte termijn een vertrouwensrelatie opgebouwd kan worden. Dan moet er algemene en specifieke kennis van de achtergrond van de cliënten zijn. Dat betekent dat in de opleiding en in de bijscholingcursussen in de zorginstellingen 'specifieker onderwijs gegeven moet worden richting allochtonenzorg'. Het gaat om kennis, vaardigheden en attitude, zodat er voldoende basis is voor gesprek. Het gevoel dat een aantal cliënten hebben dat ze niet geaccepteerd, maar gediscrimineerd worden, is één van de resultaten van het onderzoek dat op alle niveaus aandacht vraagt. Zeker ook in het protestants-christelijke hbo bij het onderdeel morele vorming.
Algemene indruk: Dit basale onderzoek zet aan tot bezinning op de vraag hoe de opleiding tot hulpverlener richting allochtonen bijgestuurd kan worden. De geconstateerde tekorten bij de hulpverleners zelf in de zorginstellingen onderstrepen de noodzaak tot bijscholing, zodat cliënten zich sneller op hun gemak en begrepen voelen en de hulpverlening adequaat ter hand genomen kan worden.
Een punt van verdere bezinning is dat de verzuilde hulpverlening vaak wel een snelle vertrouwensrelatie geeft maar wellicht de integratie en daarmee de oplossing van bepaalde problemen kan vertragen. Hoe kan adequate, cultureel sensitieve hulpverlening verbonden worden met hulp bij het integratieproces, waar nodig?

Over enkele andere onderzoeksprojecten vermelden we kort de voortgang:

c) Cursus zorgethiek voor leden ethische commissies

Het onderzoek naar competenties die verpleegkundigen dienen te bezitten om succesvol aan een ethische commissie te kunnen deelnemen is voortgezet door ook verpleegkundigen uit de verpleeghuiszorg te interviewen (B.S. Cusveller, met inzet van studenten). De op basis van dit onderzoek ontwikkelde keuzemodule voor verpleegkundestudenten is inmiddels enkele malen gegeven en op basis van de bevindingen aangepast. Op 6 april a.s. staat over dit onderwerp een studiedag gepland voor geïnteresseerden in deelname of het functioneren van ethische commissies.

d) Spiritualiteit, hulpverlening en ethische keuzes

Naar ons idee vervult in het proces van morele vorming de geloofsovertuiging en levensbeschouwing van de (toekomstige) beroepsbeoefenaar een belangrijke rol. We spreken in dit verband over spiritualiteit. Een onderzoeksthema is dan ook de relatie tussen spiritualiteit en de hulpverlening van een professioneel hulpverlener en de ethische keuzes die hij daarbij maakt. Op dit gebied wordt onderzoek verricht door H. Borst en R. van Leeuwen. Rene van Leeuwen heeft een module ontwikkeld voor verpleegkundigen over vorming in het verlenen van spirituele zorg. Deze module wordt momenteel uitgetest bij CHE-studenten: leert men er inderdaad door beter spirituele zorg te verlenen? Met het veld bestaan contacten over het geven van een dergelijke module aan medewerkers.
Borst is bezig met het schrijven van een publicatie in de ZEG-lectorenreeks over spiritualiteit en stelt een instructie op voor supervisoren over aandacht voor morele en spirituele aspecten in de supervisie.


Trainingen

Hieronder een kort overzicht van ons aanbod van trainingen/onderwijs aan instellingen en hulpverleners in zorg en welzijn:

  • cursus/training van zorg- en hulpverleners in Ethiek van de zorg;
  • implementatietrajecten, in het bijzonder van instrumenten waarmee de eigen identiteit in de hele organisatie gestalte krijgt als facet van het kwaliteitsbeleid;
  • trainingen aan zorg- en hulpverleners in het verlenen van spirituele zorg in de dagelijkse zorgverlening;
  • cursus competentietraining t.b.v. participatie in ethische commissie.

 

Agenda

Vrijdag 10 maart 2006 (13.00 -17.00 uur) CNV Publieke zaak, Lectoraat Ethiek van de zorg, en Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut organiseren een themadag over Ethiek & Methodiek - Stap voor stap naar kwaliteit. Samen met werknemers en studenten uit de gezondheidszorg, gaan we die middag in gesprek over de ethische vraagstukken van het dagelijkse werk. Dit naar aanleiding van de presentatie van een ethisch gespreksmodel dat door het Prof. Lindeboom Instituut i.s.m. de twee andere organisaties is ontwikkeld. In workshops zal dit model beproefd worden.
Deelname: gratis voor leden CNV-Publieke zaak; € 10,- voor niet-leden; € 2,50 voor studenten.
Opgave en info bij CNV Publieke zaak, tel 070-4160600;
e-mail: g.biesaart@cnvpubliekezaak.nl.

Donderdag 6 april 2006 (9.30-16.00 uur) Studiedag voor zorgverleners in ethische commissies met als thema: 'Moreel beraad in de ethische commissie, wat is daarvoor nodig?'
Organisatie: Lectoraat Ethiek van de zorg i.s.m. CHE-Transfer
Deelname: € 130,- (incl. lunch en materialen)
Nadere info: dr. B. Cusveller, bcusveller@che.nl; opgave: che-transfer@che.nl

 

Publicaties van lectoren en kenniskringleden
in het jaar 2005

* Bart Cusveller, Anja van den Heuvel, Eline van den Broek, Grietje van Maanen, 'Verpleegkundige competenties voor moreel beraad in ethische commissies', Verpleegkunde 2005 (20) 1, 8-18.
* H. Jochemsen & J.H. Hegeman. Ethiek van de Zorg. Domein, activiteiten en eerste resultaten van een lectoraat. Radix 31 (2005), nr. 2: p. 89-101.
* H. Jochemsen en R. Kuiper. Lectoraten als kennisgeneratoren. In: J. Borst, F. van der Veer (red.). Christelijke hulpverlening, ons een zorg?! 25 jaar opleiding SPH Ede.
Ede: SPH/CHE 2005: p. 145-160.
* H. Jochemsen. Het wordt spannend. De toekomstverwachting van Henk Jochemsen. Verpleegkunde 20 (2005), nr. 4, p. 256-257
* H. Jochemsen. Zorgpraktijk als context voor ethiek van de Zorg. Beweging 69 (2005), nr. 2: p. 28-30. (mede vanuit Lectoraat).
* R. van Leeuwen en B. Cusveller. Nursing competencies for spiritual care. Journal of Advanced Nursing, vol. 48, no. 3, 234-246
* H. Jochemsen, E van Leeuwen (red.) Zinervaring in de zorg. Over de betekenis van spiritualiteit in de gezondheidszorg. Assen: Van Gorcum 2005.
* H. Jochemsen. Behoort aandacht voor spiritualiteit tot de medische zorg? In: Jochemsen en Van Leeuwen (redactie). a.w., p. 10-20.
* H. Jochemsen. Verantwoordelijkheid van het management voor spirituele zorg. In: Jochemsen en Van Leeuwen (redactie). a.w., p. 54-61.
* E.F. Kamphorst-Helsloot, H. Jochemsen. Euthanasie bij dementerende mensen?
TGE 15 (2005), nr. 2: p. 49-53.
* R. van Leeuwen, B. Cusveller. Verpleegkundige zorg en spiritualiteit. Professionele aandacht voor levensbeschouwing, religie en zingeving. Utrecht: Lemma, 2005 (samenwerking Prof. Lindeboom Instituut en Lectoraat Ethiek van de zorg)
* R.R. van Leeuwen, B.S. Cusveller. Verpleegkundig competentieprofiel 'Zorg voor spiritualiteit'. In: Jochemsen & Van Leeuwen (red.) a.w., p.49-53.
* G.H. Hunink, R.R. van Leeuwen, M.G.J.M. Jansen, H. Jochemsen. Morele vorming van verpleegkundigen in opleiding. Poster presentatie Vlaams-Nederlands Wetenschappelijk congres 2005 (op het gebied van verpleegkunde en verplegingwetenschappen), Leuven, 2 december 2005.
* H. Jochemsen. Lectoraat 'Ethiek van de zorg'. Sociale interventie 14 (2005) nr. 4, p.57-59 (rubriek: Nieuws Hoger sociaal-agogisch onderwijs).

 

Noten en opmerkingen

ZEG-hogescholen
De ZEG-hogescholen bestaan uit de Gereformeerde hogeschool in Zwolle, de Christelijke Hogeschool Ede, en de Hogeschool Driestar Educatief te Gouda

Kenniskring
Naast de lector prof.dr .H. Jochemsen en de associate lector dr. J.H. Hegeman bestaat de kenniskring van het Lectoraat Ethiek van de zorg momenteel uit:
- prof.dr. J.C. Borst, docent ethiek SPH en supervisorenopleiding Christelijke Hogeschool Ede (CHE); hoogleraar Evangelische Theologische Faculteit Heverlee (0,2 fte);
- dr. B.S. Cusveller, dr. G.A. Lindeboom Instituut en docent Ethiek, Verpleegkunde CHE.
- prof. dr. J. Hoogland, stafmedewerker St. Philadelphia Zorg en bijzonder hoogleraar Reformatorische wijsbegeerte TU Twente (0,1 fte);
- drs. G.H. Hunink, opleidingsdocent, Verpleegkunde CHE (0,2 fte);
- dhr. W. van Ieperen, docent Spel & Sport, en docent Ethiek SPH, CHE (0,1 fte);
- drs. P.N.J. de Jong-Veldkamp, docent psychologie, SPH, CHE (0,2 fte);
- drs. I.A. Kole, docent ethiek en bijbelwetenschap aan de LVO-opleiding van de Hogeschool Driestar Educatief (0,1 fte);
- drs. R.R. van Leeuwen, opleidingsdocent Verpleegkunde CHE (in kenniskring mede namens de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle (0,4 fte);
- drs. K. de Lijster, docent ethiek Verpleegkunde GH Zwolle.